Niet iedereen heeft evenveel tijd om elk weekend in de tuin bezig te zijn, en dat hoeft ook niet als de tuin slim is ingericht. Een tuin die grotendeels voor zichzelf zorgt, begint bij keuzes die vooraf gemaakt worden, niet bij extra werk achteraf om alles bij te houden.
Kies planten die bij de plek passen
Planten die van nature goed passen bij de grond en de hoeveelheid zon in jouw tuin, hebben veel minder aandacht nodig dan planten die eigenlijk ergens anders beter zouden groeien. Een korte observatie van waar het vochtig, droog, zonnig of schaduwrijk is, voorkomt al veel gesjor met planten die niet aanslaan.
Bodembedekkers nemen op de lange termijn veel werk uit handen, omdat ze onkruid simpelweg weinig ruimte geven om te groeien. Eenmaal goed gevestigd, vullen ze de grond op een natuurlijke manier op, waardoor er minder wieden nodig is dan bij kale grond tussen losse planten.
Een dikke laag mulch tussen de planten houdt vocht langer vast en onderdrukt tegelijk onkruid. Deze ene handeling, een of twee keer per jaar herhaald, scheelt gedurende de rest van het seizoen aanzienlijk wat tijd die anders naar wieden en extra water geven zou gaan.
Grotere, robuustere planten en struiken vragen structureel minder aandacht dan kwetsbare bloemen die elk jaar opnieuw geplant moeten worden. Door het accent te leggen op dit soort blijvers, ontstaat een tuin die van jaar tot jaar vanzelf terugkomt, zonder dat er elk voorjaar veel nieuw werk bij komt.
Zo’n tuin voelt uiteindelijk niet verwaarloosd aan, maar juist doordacht, omdat elke plant en elke keuze is gemaakt met het idee dat de tuin grotendeels zichzelf kan redden.
Een goed doordachte indeling met vaste paden en duidelijk afgebakende plantvakken scheelt daarnaast veel onnodig werk, omdat je niet steeds opnieuw hoeft te bedenken waar wat mag groeien. Die duidelijkheid maakt het ook makkelijker om af en toe iets over te slaan zonder dat de tuin er meteen verwaarloosd uitziet.